Terug naar hoofdinhoud
15 oktober 2021

Residuen van gewasbeschermingsmiddelen in levensmiddelen onvermijdelijk

rode-wijn

Het is onvermijdelijk dat er bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, zoals glyfosaat, resten op levensmiddelen aanwezig blijven. Dit mag ook, zolang deze onder de maximale residulimiet (MRL) blijven.

Dit heeft minister Schouten van het ministerie van Landbouw bevestigd in antwoord op vragen van de Partij voor de Dieren over resten van landbouwgif in ons voedsel.

Resten van bestrijdingsmiddelen in wijn en fruit

In juni van dit jaar maakte Eenvandaag de resultaten van een onderzoek bekend, waarbij er bij drie Nederlandse supermarkten glyfosaat werd aangetroffen in Franse rode wijn. Ook werden er diverse resten van bestrijdingsmiddelen gevonden op groenten en fruit.

De aangetroffen resten gewasbeschermingsmiddelen bleven echter onder de wettelijk toegestane maximale residulimiet (MRL). Deze MRL’s zijn Europees vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 396/2005. Sommige supermarktketens hanteren zelf nog strengere limieten. Uit residuonderzoek van de NVWA blijkt dat de residuen die worden aangetroffen in de praktijk meestal ruim onder (de helft van) de MRL liggen. Een enkele keer liggen de gevonden niveaus hoger.

Glyfosaat en Parkinson

Glyfosaat is een gewasbeschermingsmiddel dat wordt gebruikt ter bestrijding van onkruid en grassen op akkers. Het gewasbeschermingsmiddel ligt al lang onder vuur. Het gebruik ervan wordt onder andere gelinkt aan de ziekte van Parkinson.

In Nederland wordt binnenkort een onderzoek gestart naar de relatie tussen het gebruik van bestrijdingsmiddelen en Parkinson. Verder heeft het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) een brief gestuurd aan EFSA met daarin onder andere het verzoek om de momenteel in de Europese Unie goedgekeurde werkzame stoffen te screenen op een mogelijk verband met Parkinson. Ook voert het RIVM een verkenning uit naar de mogelijkheden om de risicobeoordeling bij de goedkeuring van werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen te verbeteren met betrekking tot neurotoxiciteit.

Lagere limieten niet wenselijk

Ondanks de berichten over de relatie met de ziekte Parkinson, geeft de minister aan het niet wenselijk te vinden om MRL’s nog lager vast te stellen. “In praktijk worden MRL’s meestal lager vastgesteld dan voor de bescherming van de menselijke gezondheid nodig is: er wordt uitgegaan van het principe “as low as reasonably achievable”. Als de MRL’s nog lager worden vastgesteld, kunnen producten worden afgekeurd, terwijl goede landbouwkundige praktijken zijn gehanteerd en de producten veilig zijn voor de consument.”

Ook interactie tussen de residuen van de werkzame stoffen is onwaarschijnlijk. Wel kan er sprake zijn van een optel-effect als consumenten worden blootgesteld aan residuen van verschillende stoffen met vergelijkbare effecten. Het RIVM en EFSA werken daarom aan een methodiek om het cumulatieve effect van residuen van verschillende stoffen te berekenen. Dit zou eventueel tot aanpassing van MRL’s kunnen leiden.